Woordaccent

Elk woord met meer dan één lettergreep heeft een woordaccent op één van de lettergrepen. We laten de klemtoon in het Nederlands horen door de syllabe iets harder, hoger en langer uit te spreken. Met name de verlenging van de syllabe is kenmerkend voor het Nederlands. In het Nederlands kan de klemtoon wisselend voorkomen: op de eerste, de middelste of de laatste syllabe. Bijvoorbeeld: taalcursus; uitspraak; vertellen; gezegde; docent; lokaal

Het woordaccent is in het Nederlands een stamaccent. Dat wil zeggen dat het accent op de stam van het woord ligt. Kijk maar eens naar het volgende rijtje: 

lezen: stam= lees - gelezen - lezer - leesbaar - belezen

Pre- en suffixen krijgen dus vrijwel nooit accent. Dit leidt ons naar de eerste regel voor woordaccent: 
1. het woordaccent ligt nooit op de sjwa:
vertellen [vər·’tɛ·lən]; gezegde [χə·’zɛχ·də]

Verder ligt het woordaccent...

2. bijna altijd op het eerste deel van een samengesteld woord: taalcursus [‘tal·kʏr·sʏs], uitspraak [‘œyt·sprak]

3. in een scheidbaar werkwoord op de prepositie: uitspreken [‘œyt·spre·kən]; voorlezen [‘vɔ:r· le·zən]

4. wanneer geen van bovenstaande regels van toepassing zijn ligt het woordaccent meestal op de ‘zware eindlettergreep’, oftewel de eindsyllabe als die de meeste fonemen bevat: docent [do·’sɛnt]; lokaal [lo·’kal] 

Woordaccent is erg belangrijk voor de verstaanbaarheid. In de volgende video hoor je hoe een duidelijk verhaal ineens heel lastig te volgen wordt wanneer de klemtoon niet klopt. 

Invloed van de moedertaal op de uitspraak van het woordaccent
Veel talen hebben een vast woordaccentpatroon, dat wil zeggen dat het accent bijna altijd op dezelfde plek ligt. In het Frans bijvoorbeeld ligt die altijd op de laatst hoorbare syllabe, in het Pools en Italiaans bijna altijd op de een na laatste syllabe. Sprekers van deze talen zullen dit patroon in eerste instantie vasthouden in het Nederlands en moeten dus leren waar het woordaccent ligt in Nederlandse woorden.
Er zijn ook talen, zoals het Engels en het Duits, met een wisselend patroon, vergelijkbaar met het Nederlands. Dit lijkt een voordeel, maar omdat elke taal zijn eigen woorden heeft, zal de taalleerder de plaats van de klemtoon in Nederlandse woorden opnieuw moeten leren. Vooral bij cognaten, woorden die aan elkaar verwant zijn, kunnen fouten hardnekkig zijn wanneer zij het woordaccent op een andere plek hebben. Vergelijk hieronder het woordaccent in de Engelse woorden en de Nederlandse vertaling:


Engels ----- Nederlands

interesting -----
interessant
energy -----
energie
patient -----
patiënt
symbol -----
symbool
uncomfortable ----- oncomfortabel
insecure -----
onzeker

Denkvraag
Waar zal de Engelse taalleerder het woordaccent leggen in de Nederlandse woorden van het rijtje hierboven?

Ten slotte zijn er ook talen waarin het woordaccent minder sterk is dan in het Nederlands, zoals bijvoorbeeld in het Arabisch. Sprekers van deze talen moeten leren om de klemtoon in Nederlandse woorden duidelijker te laten horen omdat de spraak anders monotoon klinkt.



Anekdote

Een oefening die in de NT2-klas veel gebruikt wordt is het laten benoemen van de klemtoon in de eigen naam. Het is mij vaak gebeurd dat ik tegen een cursist zei: Is het Móhammed of Mohámmed? En dat de cursist antwoordde: ‘Maakt niet uit. Gewoon: Mohammed…’



Analyse van woordaccent
Bij de analyse van het woordaccent kunnen verschillende kenmerken worden onderscheiden:

a. Plaats
Het woordaccent moet op de juiste syllabe liggen. Wanneer de plaats niet klopt, is het woordaccent per definitie niet goed.
Voor moedertaalsprekers van het Nederlands is het ook niet altijd makkelijk om te horen waar de klemtoon wordt gelegd. Je kunt je gehoor trainen door de plaats van het woordaccent te vergelijken:
Hij zei interessant, en de juiste uitspraak is interessant.

b. Toonhoogte
Toonhoogteverschil is een belangrijke cue voor de luisteraar. Een te groot toonhoogteverschil komt weinig voor, maar te weinig toonhoogteverschil tussen syllaben met en zonder woordaccent wel. Dit is een aandachtspunt in de training. 


c. Duur (Lengte van de syllabe)
In het Nederlands is het belangrijk dat de syllabe met woordaccent wordt verlengd en dat de syllaben zonder woordaccent in verhouding korter worden uitgesproken. Met name anderstaligen met een syllable-timed moedertaal (zie het volgende onderdeel over zinsprosodie) spreken de syllabe met woordaccent te kort en de andere syllaben te lang uit. Hierdoor klinkt de spraak staccato.

d. Volume
Ook het volume bepaalt de hoorbaarheid van de klemtoon, en dan met name het verschil in volume tussen de beklemtoonde (harder) en de onbeklemtoonde syllaben (zachter).

Complete and Continue