Het Nederlandse klanksysteem

In dit deel zullen we de fonemen van het Nederlands kort bekijken. Elke taal heeft zijn eigen set met fonemen waarvan een deel met het Nederlands overlapt. Een anderstalige zal in eerste instantie de klanken uit zijn eigen set gebruiken die het dichtst bij de Nederlandse klank komen. Dus wanneer er in zijn moedertaal maar één vorm van de /a/-klank bestaat, zal deze gebruikt worden voor zowel de [ɑ] als de [a]. Zo kan het gebeuren dat een anderstalige cliënt zegt: 'Ik heb een open hart.', terwijl dat later (gelukkig) een open haard blijkt te zijn. 

Onderstaande slide komt uit de kennisclip 'Waarom is het leren van de uitspraak in een andere taal moeilijk?. Hierin wordt onder andere uitgelegd hoe een klankverschil voor de ene taal een variant is en voor de andere taal betekenisonderscheidend. Ga verder met de basiskennis over fonemen of bekijk de kennisclip nog eens.


Complete and Continue